schrijven op B1-niveau

Teksten op B1-niveau noemen we ook wel Jip-en-Janneke-taal.

Taalniveau B1 is een punt op een meetlat van de Raad van Europa. De Raad van Europa heeft deze meetlat – het Common European Framework – gemaakt om het taalniveau van mensen en teksten te meten. Taalniveau A1 is het laagste niveau en taalniveau C2 het hoogste van de in totaal zes niveaus (A1, A2, B1, B2, C1, C2). B1-teksten zijn voor 95% van de bevolking goed te begrijpen. Daarom noemen we B1-niveau Eenvoudig Nederlands. In de volksmond wordt B1-niveau ook vaak Jip-en-Janneke-taal genoemd.

Waarom B1-teksten?
B1-niveau is bedoeld om te zorgen dat mensen informatie krijgen die ze goed begrijpen. Daarbij gaat het vooral om informatie die vertelt wat mensen moeten doen (medische voorschriften, gezonde leefregels), of wat ze moeten betalen (hypotheken, verzekeringen, juridische voorwaarden). Deze teksten zijn vaak nodeloos ingewikkeld en kunnen ervoor zorgen dat mensen verkeerde beslissingen nemen. Met name de Stichting Lezen en Schrijven pleit ervoor dat alle publieksinformatie op B1-niveau wordt geschreven.

Hoe ziet B1-tekst eruit?
B1-teksten zijn teksten met korte zinnen, concrete woorden (dus geen woorden als beleid of concept), alledaagse woorden (geen juridische of medische vaktaal) en eenduidige formuleringen (geen wollig taalgebruik). Vooral dat laatste is belangrijk. B1-teksten vertellen duidelijk wat de bedoeling is van een tekst, zodat mensen precies weten wat ze moeten doen of laten. B1-niveau is dus niet zozeer eenvoudig, maar vooral concreet en nauwkeurig.

Voorbeeld van een B1-tekst
Onderstaand voorbeeld komt uit het boekje De taal van mr. Jip van Harten en dr. Janneke Bavelinck. Het is een vertaling van een tekst uit het erfrecht, naar B1-niveau. De vertaling is gedaan door een deskundige, een notaris.

Ik bepaal dat al hetgeen bij het overlijden van mijn genoemde echtgenote, hierna ook te noemen de bezwaarde, nog onvervreemd en onverteerd aanwezig is, van hetgeen zij verkreeg uit mijn nalatenschap toekomt aan diegenen de mijn erfgenamen volgens de wet zouden zijn geweest indien ik tegelijk met de bezwaarde zou zijn overleden, hierna ook te noemen de verwachters. Zulks voor de delen en op de wijze als door de wet bij erfopvolging bij versterven is bepaald en dus ook met plaatsvervulling. De bezwaarde is daarom erfgename onder de ontbindende voorwaarde dat bij haar overlijden de hiervoor genoemde verwachters bestaan. De verwachters zijn erfgenaam onder dezelfde opschortende voorwaarden. Indien de voorwaarden bij het overlijden van de bezwaarde niet is vervuld, vervalt deze voorwaarde.

Vertaling naar tekstniveau-B1:
Als ik doodga wil ik dat jij, mijn vrouw, alles van mij erft. Als jij daarna doodgaat, is er misschien nog wat over. Dan krijgen mijn kinderen dat. En niet je nieuwe man.

Is B1-niveau ook voor mij?
Misschien denk je, leuk allemaal, maar ik schrijf vooral voor vakgenoten en collega’s. Die begrijpen heel goed wat ik opschrijf, dus laat mij lekker op C1-niveau schrijven (dat is het niveau dat we op school leren). Ja en nee. Ja, je kunt zeker vaktermen gebruiken als je met collega’s onder elkaar bent. Maar je kunt van B1-niveau veel leren om je tekst beter te structureren waardoor je lezer snapt wat de bedoeling is. Bovendien blijkt uit onderzoek dat ook hogeropgeleiden liever een B1-tekst lezen.

Hoe kan ik schrijven op B1-niveau?
Het klinkt misschien gek maar schrijven op B1-niveau moet je echt leren. Op school leren we zoals gezegd schrijven op C1-niveau. We zijn dus niet erg gewend om onze boodschap in eenvoudige taal op te schrijven. Er zijn diverse bureaus die daarom cursussen geven (oa. Bureau Taal en Loo van Eck). Het laatste bureau heeft op de homepage ook een taalniveau-check waarbij je het niveau van je tekst kunt checken.

Zelf heb ik ook vrij veel ervaring met B1-teksten. Ik geef je desgewenst ook graag een persoonlijk advies!