Project Modernisering Wetboek van Strafvordering

Van 1 september 2015 tot 1 oktober 2016  heb ik als adviseur projectcommunicatie (0,5 fte) gewerkt voor het project Modernisering Wetboek van Strafvordering binnen de Nationale Politie. Deze projectgroep onderzoekt de impact van de voorgenomen wetswijzigingen op het optreden van de politie en brengt hierover advies uit aan het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Wetboek van Strafvordering?
In het Wetboek van Strafvordering staan de regels waaraan de politie, het Openbaar Ministerie (OM), rechters en advocaten zich moeten houden in het strafproces. De procedures uit het Wetboek van Strafvordering sluiten echter niet goed meer aan bij nieuwe technische mogelijkheden (digitalisering) en bij de opkomst van andere soorten criminaliteit zoals cybercrime. Ook duurt het vaak te lang voordat een dader gestraft wordt. Het kabinet wil dit oplossen door het Wetboek van Strafvordering te moderniseren. Bekijk het filmpje van het ministerie van Veiligheid en Justitie, waar in duidelijke taal wordt uitgelegd wat er precies verandert en waarom.

Projectcommunicatie
Binnen het projectteam was ik verantwoordelijk voor het interne deel van de projectcommunicatie; de communicatie naar leidinggevenden en medewerkers bij de politie. Ons doel was om hen te informeren over de voortgang van het project en voor te bereiden op de mogelijke veranderingen die plaatsvinden als het wetboek klaar is. Ik heb daarvoor een intranetpagina ingericht met nieuwsberichten, downloads en links, diverse factsheets samengesteld en een maandelijkse nieuwsbrief ontwikkeld. Het aantal collega’s dat de nieuwsbrief wilde ontvangen, groeide in korte tijd van 300 naar ruim 700 lezers. Omdat het Wetboek van Strafvordering alle wettelijke regels omschrijft van het politiewerk, waren veel collega’s benieuwd naar mogelijke wijzigingen.

Wat heeft het me gebracht? 
Binnen grote organisaties zoals de politie worden jaarlijks talloze projecten en programma’s opgestart. Collega’s zijn over het algemeen weinig geïnteresseerd in de inhouden ontwikkelingen binnen deze projecten. Pas op het moment dat het hun eigen werk of werkplek beïnvloedt, zijn ze bereid zich in het onderwerp te verdiepen. Maar op verslagen van bijeenkomsten of sessies zitten ze echt niet te wachten. Ik heb twee belangrijke dingen geleerd:

  1. Deel alleen informatie die relevant is voor collega’s
    Lijkt logisch, maar als je zelf werkt aan een project, vind je alles wat er gebeurt interessant. En dat is een valkuil. Taak dus voor de communicatieadviseur om hier streng op te zien én om aangeleverde teksten altijd te checken op relevantie of zo nodig aan te passen. Dat viel hier niet altijd mee want de informatie was vrij complex vanwege de juridische inhoud. Als niet-jurist moest ik daar even aan wennen.
  2. Stel je eigen doelgroep samen
    Binnen een grote organisatie worden collega’s vaak overspoeld met mails omdat ze deel uitmaken van een interne doelgroep. Ze zijn bijvoorbeeld leidinggevende, werkzaam binnen een bepaalde regio of hebben dezelfde functie en zijn als zodanig opgenomen in een adressenbestand. Het is heel verleidelijk om dit soort bestaande bestanden te gebruiken voor je nieuwsbrief omdat ze op papier een interessante doelgroep lijken. Maar het betekent in de praktijk dat je toch veel mensen aan het spammen bent. Een groot deel is totaal niet geïnteresseerd in wat je te vertellen hebt. Tijdens dit project zijn we gestart met een kleine maar betrokken groep collega’s die we de nieuwsbrief stuurden. Zij konden de nieuwsbrief zelf doorsturen of hun eigen collega’s aanmelden. Daardoor kregen we vooral positieve reacties op de nieuwsbrief. En dat werkt heel stimulerend, ook voor de collega’s in het projectteam die elke keer veel moeite staken in het aanleveren van content.